Gedragsregels

Voorwoord

Iedereen binnen het kaatsen heeft te maken met waarden en normen. En zeker ook met fair-play.

Hoe gaan we met elkaar om, welke (spel)regels hanteren we binnen en buiten het veld, hoe lossen we problemen op.

Kaatsvereniging Bolsward wil er een bijdrage aan leveren bijdragen dat kaatsers onbezorgd en met plezier kunnen kaatsen en zich verder kunnen ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor alle andere betrokkenen bij het kaatsen: ook trainers, coaches, begeleiders, ouders, supporters, scheidsrechters en bestuurders.

De volgende bladzijden bevatten veel ‘regels’. Kort samengevat komen de regels op het vol­gende neer:

· behandel een ander zoals je zelf wilt worden behandeld;

· uitschelden doe je niet;

· iemand beledigen kan niet;

· wees positief ook in mindere tijden;

· draag de vereniging positief uit.

Met dit in het achterhoofd hoef de je verdere regeltjes niet uit het hoofd te leren.


Inhoud van het protocol gedragsregels kaatsvereniging ‘Bolsward’:

1. Inleiding

2. Algemene gedragregels

– de ‘gouden-regels’

3. Specifieke gedragregels

a. Gedragscode sporters

b. Gedragscode ouders/verzorgers

c. Gedragscode trainers/leiders

d. Toeschouwers

4. Alcohol, tabak en drugs

5. Seksuele intimidatie

6. Sancties


1. INLEIDING

Sporten doe je voor je plezier. Kaatsvereniging Bolsward wil ieder lid optimale mogelijkheid bieden te genieten van de kaatsport. Een organisatie waar iedereen zich thuis kan voelen, ongeacht kaatscapaciteiten en culturele achtergrond.

Wat zijn waarden en normen

Waarde: Een principe wat mensen belangrijk vinden om na te streven. Het geldt als een richtsnoer voor het handelen.

Norm: Een gedragsregel, waar men zich aan moet houden in de om­gang met anderen.

Wat is fair-play

Fair-play geeft aan dat we een aantal afspraken hanteren om de sport zoveel mogelijk men­sen aantrekkelijk en plezierig te houden. Het is in feite een gedragscode voor de manier waarop we samen aan sport willen doen. Door bewust met die onderlinge afspraken en re­gels om te gaan, kunnen we de sport ook in de toekomst eerlijk en aantrekkelijk houden. Dit vereist niet alleen dat iedereen sporter zelf die regels naleeft, maar ook dat we elkaar (blij­ven) stimuleren naar de geest ervan te handelen!

Over wie gaat het?

Iedereen die lid is, lid wil worden, zowel bestuursleden/spelers/ opleiders/begeleiders/ vrijwil­ligers wordt geacht op de hoogte te zijn van de gedragscode. Voor jeugdleden geldt boven­dien dat ook de ouders/opvoeders op de hoogte zijn van de gedragscode. De gedragscode moet door iedereen worden uitgedragen en nageleefd. We moeten elkaar hierop kunnen en durven aanspreken. Goede omgangsvormen vormen het uitgangspunt voor ons handelen.

2. ALGEMENE GEDRAGREGELS

Of het nu gaat om degene die actief sport bedrijft, de passieve kijker of degene die meehelpt (een functie bekleedt) in een vereniging: iedereen moet plezier kunnen beleven aan de kaatssport.

Dit houdt in dat men gezamenlijk de vereniging moet inrichten, luisterend naar en zoveel mogelijk rekening houdend met de wensen van iedereen. Dit betekent dat er afspraken moeten worden gemaakt over de wijze waarop je met elkaar omgaat, maar ook met anderen binnen de kaatssport, zoals tegenstanders, scheidsrechters en gasten/bezoekers. Deze af­spraken zijn voor zover het onze leden betreft vastgelegd in dit protocol, waarin de waarden en normen voor ons handelen zijn vastgelegd en met elkaar hebben afgesproken deze na te komen (en zo nodig elkaar hier op aanspreken).

De ‘gouden-regels’

1. Je neemt tijdens de wedstrijd geen alcohol (zowel op het veld of in de kleedkamer).

2. Je gebruikt geen drugs en je handelt door ook niet in.

3. Je draagt tijdens wedstrijden als dit is verstrekt het officiële clubtenue / sportkleding.

4. Zowel in als buiten het veld vloek je niet.

5. Je beledigt niemand.

6. Je spreekt anderen zo nodig op hun gedrag aan.

7. Je respecteert de tegenstander.

8. Je blesseert je tegenstand niet opzettelijk.

9. Je vernedert niemand in woord of gebaar.

10. Je accepteert het gezag van de scheidsrechter/keurmeester.

11. Je accepteert de leiding van je partuur en van het bestuur.

12. Je bent zuinig op de spullen van de vereniging.

13. Je houdt de kleedkamer netjes.

14. Je bent op tijd voor de trainingen en de wedstrijden.

15. Als je bent verhinderd meld je tijdig af.

16. Je gedraagt je bij uitwedstrijden als gast.

17. Je ‘loopt’ niet weg voor een klusje.

18. We praten met elkaar en niet over elkaar.

19. Openheid en eerlijkheid staan voorop.

20. Je leeft de regels van de vereniging na.

3. SPECIFIEKE GEDRAGSREGELS

A. Gedragscode sporters

1. Probeer te winnen met respect voor jezelf, teamgenoten en tegenstanders.

2. Speel volgens de wedstrijdregels.

3. Vind eerlijk en prettig spelen belangrijk en presteer zo goed mogelijk.

4. Aanvaard de beslissingen van scheidsrechter/keurmeester.

5. Beïnvloed de scheidsrechter/keurmeester niet door onbehoorlijke taal of agressieve gebaren.

6. Blijf bescheiden bij een overwinning en laat je niet ontmoedigen door een nederlaag.

7. Geef elkaar een hand na de partij.

8. Onsportiviteit van de tegenstander is geen reden om zelf onsportief te zijn.

9. Wijs je medespelers gerust op onsportief of onplezierig gedrag.

10. Respecteer het werk van degenen die ervoor zorgen dat je je sport kunt beoefe­nen.

b. Gedragscode ouders/verzorgers

1. Forceer een kind dat geen interesse toont niet om deel te nemen aan een sport.

2. Kinderen sporten voor hun eigen plezier en niet voor het uwe.

3. Moedig uw kind altijd aan om volgens de regels te spelen.

4. Laat het spel bij de kinderen, voorkom bemoeienis bij elke actie.

5. Complimenten vergroten het zelfvertrouwen.

6. Positief stimuleren om iets te leren en te proberen is beter dan pushen op prestatie en winnen.

7. Verander een nederlaag in een overwinning door uw kind te helpen om een grotere vaardigheid te verkrijgen. Maak het kind nooit belachelijk en geef het geen uitbrander als hij een fout heeft gemaakt of een wedstrijd heeft verloren.

8. Bedenk dat kinderen het beste leren door te zien en na te doen. Applaudisseer voor goed spel van beide teams.

9. Val een beslissing van een scheidsrechter/keurmeester niet in het openbaar af en trek nooit de integriteit van scheidsrechters/keurmeesters in twijfel.

10. Probeer verbaal en fysiek misbruik tijdens sportactiviteiten door de jeugd te voorkomen.

11. Erken de waarde en het belang van vrijwillige trainers. Zij geven hun tijd en kennis om het sporten van uw kind mogelijk te maken.

c. Gedragscode trainers/coaches/ begeleiders

1. Wees redelijk in de eisen t.a.v. tijd, energie en enthousiasme van spelers; er is meer dan kaatsen.

2. Leer uw spelers dat de spelregels afspraken zijn waaraan niemand zich onttrekt.

3. Deel waar mogelijk de sporters in volgens leeftijd, lengte, vaardigheid en fysieke gesteld­heid.

4. Vermijd dat getalenteerde spelers te veel in het veld staan. Ook minder goede spelers hebben recht op evenveel speeltijd.

5. Sporters spelen voor hun plezier en willen iets leren. Winnen is slechts een onderdeel van het spel en verliezen hoort daar ook bij.

6. Maak sporters nooit belachelijk als zij fouten maken of een wedstrijd verliezen.

7. Zorg voor materiaal dat voldoet aan de veiligheidseisen en geschikt is voor de leeftijd en de vaardigheid van de sporters.

8. Houdt bij het indelen en het bepalen van de duur van de trainingstijden dient rekening met het niveau en de conditie van de sporters.

9. Ontwikkel respect voor de tegenstander en voor de beslissingen van de scheidsrechter.

10. Volg altijd het advies op van een arts op bij een blessure van een speler.

11. Sporters hebben een trainer nodig die zij respecteren. Wees gul met lof wanneer het verdiend is.

12. Blijf op de hoogte van de ontwikkeling van de beginselen van een goede training en van groei en ontwikkeling van sporters.

d. Gedragscode toeschouwers

1. De sporter doet voor zijn eigen plezier mee aan de georganiseerde sportbeoefening en niet voor uw vermaak.

2. Vermijd het gebruik van grove taal en het beledigen/belagen van spelers, trainers en scheidrechters/keurmeester.

3. Applaudisseer bij goed spel (ook van de tegenstander).

4. Toon respect voor de tegenstander. Zonder hen zou er geen wedstrijd zijn.

5. Maak een sporter nooit belachelijk en scheld hem niet uit als hij een fout maakt.

6. Veroordeel geweld.

7. Respecteer de scheidsrechterlijke beslissingen.

8. Moedig de jongeren altijd aan om zich aan de spel- en wedstrijdbepalingen te houden.

9. Zorg voor sportief gedrag. Goed voorbeeld doet volgen.

4. ALCOHOL, TABAK EN DRUGS

Het geven van het goede voorbeeld door volwassenen is van groot belang. Aangezien het voorbeeld niet alleen volwassenen betreft, maar in heel veel gevallen juist (jonge) kinderen, worden onderstaande zaken apart genoemd:

Ø Het is verboden te roken in de kleedkamers en kantine.

Ø Drugsbezit en -gebruik in en om het sportveld is niet toegestaan en leidt tot een veldver­bod.

5. SEKSUELE INTIMIDATIE

De gedragsregels op het gebied van seksuele intimidatie voor trainers/begeleiders in de kaats­sport zijn:

1. De trainer/begeleider respecteert de waardigheid van de sporter en dringt niet verder door in diens privéleven dan nodig is voor het bereiken van de met de sporter vastge­legde doelstellingen.

2. De trainer/begeleider onthoudt zich van elke vorm van (macht) misbruik of intimidatie tegenover de sporter.

3. Het belang van de sporter staat centraal. De begeleider gebruikt of misbruikt de (spor­tieve) situatie niet ten koste van het belang van de sporter.

Voorbeelden van misbruik zijn:

a. een seksueel en/of erotisch geladen sfeer scheppen;

b. de sporter op een niet functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht zijn op de ge­slachtskenmerken;

c. onnodig fotograferen;

d. ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de sporter;

e. vormen van aanranding;

f. exhibitionisme.

4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de trainer/begeleider en de jeugdige sporter tot 16 jaar zijn niet geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

5. De begeleider raakt de sporter niet op zodanige wijze nodeloos aan, dat de sporter deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard kan erva­ren, zoals bijv. het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten. Uitgangspunt is dat de sporter het contact als seksueel ervaart. Dit kan bijv. zijn:

a. iemand naar zich toetrekken om te kussen;

b. zich tegen de sporter aandrukken;

c. andere ongewenste aanrakingen.

8. De trainer/begeleider onthoudt zich van verbale intimiteiten en grof taalgebruik.

Hierbij kan gedacht worden aan:

a. seksueel getinte opmerkingen en insinuaties (grove taal en schuine moppen), onder het mom van “dat moet kunnen”;

b. het stellen van niet-functionele vragen over het seksleven van de sporter, bijvoor­beeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen.

9. De trainer/begeleider gaat gereserveerd en met respect om met de sporter, in ieder ge­val in de volgende situaties: tijdens training(stages), wedstrijden en reizen, in het bijzonder ook in ruimten als de kleedkamer.

6. SANCTIES

Overtredingen van de gedragsregels leiden tot sancties door het bestuur. Afhankelijk van de ernst van de overtredingen worden passende maatregelen genomen. Sancties worden naar omstandig­heden en leeftijd aangepast.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van kaatsvereniging Bolsward op 29 januari 2014.